Common Ground; Common Glory
2016

Graduation project Royal Academy of Arts


It may be glory, but certainly not original.

(nl) Common Ground; Common Glory gaat over originaliteit. Wanneer ontwerpers veel invloeden met elkaar delen zal het werk dat zij maken minstens zoveel overeenstemming hebben. Soms met resultaat dat een ontwerper ervan wordt beschuldigd gekopieerd te hebben.

Evelien Broersen heeft getracht het collectief onderbewustzijn van de ontwerpers in haar omgeving uit te kaarten, gebaseerd op de theorie over morfologische velden door bioloog Rupert Sheldrake. Deze theorie stelt dat het collectief onderbewustzijn de evolutie van mens en dier beïnvloed.
De kaart wordt als tool ingezet op zoek naar meer originaliteit. Dit heeft geresulteerd in een indrukwekkende typografische kaart met daarin de meest voorkomende invloeden op het ontwerp-proces. De vloer staat voor het nemen van positie binnen en buiten het collectief onderbewustzijn.

Met de verkregen data is een percentage berekend voor de ‘potentie voor originaliteit’. Iedere deelnemer aan het onderzoek kan een gegenereerde individuele kaart ontvangen met daarin een persoonlijk percentage voor potentie voor originaliteit en daarbij aanknopingspunten om dit percentage te verhogen.

Originaliteit wordt snel geassocieerd met succes. Echter concludeert Evelien Broersen dat de hogere scores niet per definitie zijn gekoppeld aan de betere ontwerpers. Misschien zelfs averechts. Wanneer een ontwerper veel invloeden deelt met zijn of haar omgeving zou dit juist kunnen resulteren in een goed communicerend ontwerp.



(en) Common Ground; Common Glory is a project about originality. When designers share many influences their designs will turn out alike. They sometimes even turn out as the same, with the result of the designer being accused of copying.

Evelien Broersen did an attempt to map out the collective subconsciousness of the designers in her surroundings. Based on the theory of morphic fields by biologist Rupert Sheldrake. This theory claims that the collective subconsciousness influences the way humans and/or animals evolve.
The map is being used as a tool to increase the potential for originality. It resulted into an impressive typographical map containing the most common influences on the design process. The floor is symbolic for taking position in- and outside the collective subconsciousness.

Using the data obtained with a survey a percentage of the ‘potential for originality’ has been calculated. Each participant receives a generated individual map about their subconsciousness including the personal percentage about the potential for originality. The participant will also receive personal clues to increase this potential.

Originality is often associated with success. Yet Evelien Broersen concludes the higher scores are not necessarily tied to the better designers, perhaps even the opposite. When a designer shares many influences with the collective subconsciousness it could result in a well communicating design.

It may be original, but certainly not communicating.